Het kwekersrecht, zoals dat is vastgelegd in het UPOV -verdrag, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het succes van de plantenveredeling in de afgelopen decennia. Mede dankzij het kwekersrecht zijn goed renderende veredelingsbedrijven ontstaan, die in staat zijn om steeds opnieuw te investeren in nieuwe en verbeterde plantenrassen.
Het ontwikkelen van een nieuw plantenras vergt investeringen. Om deze investeringen terug te kunnen verdienen, is een vorm van intellectueel eigendomsrecht in het leven geroepen die speciaal is toegesneden op de plantenveredeling: het kwekersrecht. Het kwekersrecht houdt rekening met een rechtvaardige beloning voor de veredelaar voor zijn inspanningen om een nieuw ras te ontwikkelen én met het maatschappelijke belang van voortdurende verbetering van rassen door andere veredelaars. Dit laatste gebeurt via de zogenoemde breeders' exemption, wat inhoudt dat kwekersrechtelijk beschermde rassen door iedereen mogen worden gebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe rassen. Kwekersrecht leidt hiermee tot een vorm van open innovatie.
Naast het kwekersrecht, heeft in de laatste twee decennia het octrooirecht zijn intrede gedaan in de plantenveredeling. Eigenschappen die zijn ingebouwd in plantenrassen, maar ook bepaalde werkwijzen, kunnen hiermee worden beschermd via octrooien. Anders dan het kwekersrecht, kent het octrooirecht echter geen breeders' exemption. Hierdoor legt de octrooihouder een exclusieve claim op genetisch materiaal en kan hij bepaalde genetische bouwstenen afschermen voor gebruik door anderen. De octrooihouder kan wel licenties verlenen aan andere veredelaars.
Op 6 mei 2009 heeft branche-organisatie Plantum NL een nieuw standpunt ingenomen inzake de relatie tussen octrooi- en kwekersrecht. Dit standpunt is als volgt:
1. Octrooirechtelijk beschermd biologisch materiaal dient vrij beschikbaar te zijn voor de ontwikkeling van nieuwe rassen.
2. Gebruik en exploitatie van deze nieuwe rassen dienen vrij te zijn in overeenstemming met de “breeders’ exemption” van het UPOV Verdrag.
3. De hiervoor genoemde vrije beschikbaarheid, gebruik en exploitatie mogen op geen enkele wijze direct of indirect belemmerd worden door het octrooirecht.
Plantum NL ziet nog steeds een rol weggelegd voor het octrooirecht in de sector plantaardig uitgangsmateriaal, bijvoorbeeld voor de bescherming van innovatieve methoden of technieken. Echter, de rassen die met behulp daarvan worden ontwikkeld, zouden niet onder de reikwijdte van deze octrooien moeten vallen. Rijk Zwaan sluit zich aan bij dit standpunt, evenals de overgrote meerderheid van de leden van Plantum NL.
Code of conduct
De groentezaadbedrijven verenigd in de sectie groentezaden en siergewassen van ESA, hebben unaniem een Gedragscode inzake Intellectuele Eigendomsrechten aangenomen. Deze bedrijven, die actief zijn op alle gebieden van de groentezaden-sector, i.e. op het gebied van veredeling, zaadproductie en de marketing van groentezaden en/of zaden van siergewassen, vormen gezamenlijk de SVOwic (the Working Group Integrated Companies).
Met ingang van 21 mei 2008 hebben de SVOwic-leden de Gedragscode getekend.
Deze Gedragscode omvat aanbevelingen en tips om verduistering van germplasm en inbreuken op intellectuele eigendomsrechten te voorkomen.
Bijgaand vindt u een kopie van de Gedragscode (Pdf, 25 kb). Dit document is ook beschikbaar op het open gedeelte van de ESA-website (www.euroseeds.org) en bevat ook een lijst van de bedrijven die de gedragscode hebben getekend.