Een optimaal groeiende sla is minder ziektegevoelig.
Waterkwaliteit
pH
Controleer de pH van het gietwater. Water met een hoge pH kan men best aanzuren. Dit bevordert de opname van voedingsstoffen en stimuleert de groei.
EC
Bronwater met een hoog zoutgehalte (meestal natrium, chloor en/of sulfaat) belast op termijn de bodem. Dit verstoort de opname van andere elementen en vergroot de kans op fysiologische ziekten als rand.
Bacteriën
Om de leidingen te reinigen is chloor of waterstofperoxide nodig. Dit voorkomt een ongewenste, meestal explosieve groei van bacteriën, vooral wanneer men bassinwater gebruikt en bij volle leidingen.
Watergift
Uniformiteit
Controleer regelmatig de effectiviteit van de regenleiding door het water op te vangen in maatbekers. Vervang of reinig tijdig de beregeningsdoppen. Deze investering betaalt zich terug in een betere uniformiteit en verlaagt de ziektedruk.
Watertemperatuur
Tijdens de zomer- en herfstmaanden beregent men bij voorkeur met fris water. Dit houdt de gemiddelde bodemtemperatuur lager wat de ontwikkeling van ziekten, bacteriën en bodeminsecten in de eerste centimeters van de grond vermindert. Dit zal de plantkwaliteit verbeteren; een lagere kans op roosvorming in de zomer en een steviger gewas met minder smet in het najaar. In de wintermaanden gebruikt men best water dat niet te koud is (5 à 8°C), om de weggroei en de uniformiteit te bevorderen en de ziektedruk te doen dalen.
Waterhoeveelheid
De watergift is sterk afhankelijk van het groeistadium, het ras, het seizoen, de bodem, het klimaat, enz. Maar te droog telen, geeft groeiremmingen met o.a. smet als gevolg.
Klimaat en ventilatie
Temperatuur
Hou het klimaat in het najaar zo fris mogelijk. Streef wel naar een minimale ruimte-temperatuur van 5 à 6 graden om niet te veel groeisnelheid te verliezen. Denk eraan dat deze temperatuur niet altijd correspondeert met de planttemperatuur. Als de bodemtemperatuur hoger is dan de ruimtetemperatuur zal deze warmte uitstralen naar het jong gewas. Een hoge plant-etmaaltemperatuur in combinatie met afnemend licht creëert zwakke cellen. Bij oogstbare sla mag de ruimtetemperatuur (lager dan 6 °C) niet te snel dalen als de bodemtemperatuur nog hoog is (+10 °C). Op die manier kan de worteldruk sneller glazige cellen veroorzaken wat invalspoorten zijn voor ziekten. In de wintermaanden moet men rekening houden met de bladtemperatuur. Heldere nachten geven veel uitstraling waardoor de temperatuur van het blad onder de ruimtetemperatuur zakt. Zo kan de groeisnelheid dalen en de plant verzwakken. Een schermdoek beperkt de uitstraling.
RV
Een hoge relatieve vochtigheid in combinatie met een hoge temperatuur zijn ideaal voor schimmels en insecten. Vooral een hoge RV in de nacht bevordert Bremia. Streef daarom naar een actief klimaat. In het najaar is het belangrijk de serre voldoende te ventileren. Bij vochtige omstandigheden is het raadzaam ’s morgens de serre op te stoken. Een te snel gebruik van een schermdoek in het najaar is nadelig voor de kwaliteit. Zuinig telen kan in het najaar enkel wanneer het klimaat het toelaat. Een schermdoek sluit men dan pas bij vorst en een stralingsintensiteit lager dan 100 W/m².
Vochtdeficit
Het vochtdeficit is het verschil tussen de maximale hoeveelheid vocht die de lucht kan bevatten (= verzadigingsvochtigheid) en de werkelijke hoeveelheid vocht die de lucht bevat. Het vochtdeficit is daarom een betere maat voor verdamping dan de RV, maar niet iedereen is hiermee vertrouwd. Streef naar een actief klimaat met een vochtdeficit hoger dan twee.
Ventilatievoud
Het ventilatievoud is het aantal keer dat de luchtinhoud van de serre wordt ververst met de buitenlucht. D.w.z. als er veel gelucht wordt, is er veel vochtverlies. Vooral in overgangsperiodes kan de plant die niets gewend is de verdamping niet aan. Op dat moment kunnen bladeren slap gaan wat groeistoornissen en kwaliteitsproblemen meebrengt. Knijp dan de serre in de namiddag. Andersom geldt ook, lucht voldoende bij een doods klimaat na een actieve periode.
CO2
CO2 is een belangrijke bouwstof voor de plant; het zorgt voor een steviger gewas en meer gewicht. Op dagen waar de temperatuur te hoog is om de serre te sluiten en te verwarmen, kan men, bij het opkomen van de zon, de serre van extra CO2 voorzien. De gemiddelde etmaaltemperatuur en de energiefactuur stijgen hierdoor nauwelijks. Zo verbetert de weerstand tegen ziekten.
Licht
Probeer in de donkere maanden zoveel mogelijk licht in de serre te brengen. Hou het glas zuiver. Ook als het sneeuwt heb je er voordeel bij dat de serre vrij blijft. Het te lang dichthouden van een schermdoek onder donkere omstandigheden is af te raden. Indien men er toch gebruik van maakt, verlaag dan de stooktemperatuur.
Bestrijding
pH
De werking van sommige beschermingsmiddelen is sterk afhankelijk van de pH. De optimale pH-waarde van een spuitvloeistof ligt tussen de 5.5 en 6.5. Een hogere pH vermindert fors de effectiviteit van verschillende producten.
TMTD
Een behandeling met TMTD net na het planten, voorkomt een sterke ontwikkeling van mossen. Mossen verhogen het vochtgehalte in de eerste cm van de bodem. Omdat dit isolerend werkt, leidt dit tot een hogere bodemtemperatuur (vooral in het najaar) en een sterkere ontwikkeling van schimmels, bacteriën en insecten. Testen hebben uitgewezen dat een vroege behandeling nauwelijks MRL-verhoging geeft.
Gecoate of dummy pillen en Phyto-drip
Deze methodes ter bescherming van luizen zijn nu toegelaten in België. Ze hebben een lange werking (ongeveer 7 weken) waardoor tijdens de teelt minder behandelingen nodig zijn. Vraag na of deze teeltmaatregelen in aanmerking komen voor GMO-steun.
Spuitschema
Bespreek uw beschermingsschema met uw voorlichter en/of leverancier. Een herhaald gebruik van bepaalde middelen leidt tot een lager aantal actieve stoffen en kan toch een efficiënte bestrijding geven. Sommige middelen hebben een hoge MRL en zijn snel afbreekbaar. Probeer deze producten strategisch in te plannen.
Overleg plantenkweker
Vraag na welke producten er het laatst op de planten gebruikt zijn. Als er net een bespuitingen tegen bv. Bremia is geweest, is het aan te raden uw schema aan te passen en een eventuele bescherming tegen Bremia even uit te stellen en andersom.
Plantversterkende middelen
Het gebruik van plantversterkende middelen wordt belangrijker. Verschillende van deze middelen moeten voor een goede voorbehoedende werking meerdere keren en op regelmatige tijdstippen gedoseerd worden. Zij geven geen meetbare residu’s. Verder onderzoek en uitwisseling van ervaringen zijn nodig.
Kendal
Deze vloeibare meststof werkt tegen o.a. Bremia. Dit product kennen we al langer en de resultaten zijn hiervan al meerdere keren bevestigd door proeven op het proefstation.
Delgotec terra
Delgotec terra is een vloeibare plantversterker die voor een sterke weerstandsverhoging tegen verschillende ziekten zorgt. De werking is gebaseerd op voedingsstoffen die door intensief telen steeds zeldzamer worden in de bodem. Een optimale groei blijft beter behouden.
Prestop
Prestop is een biologische fungicide en bevat sporen van een schimmel (Gliocladium) die van nature ook in de bodem aanwezig is. Deze schimmel heeft een werking tegen Botrytis, Rhizoctinia, en Pythium. Informeer bij de voorlichter en of leverancier hoe het product kan ingezet worden. Prestop mag niet gemengd worden met fungiciden.
Andere
Vacciplant is een biologisch middel dat de plant een hoger afweersysteem bezorgt, maar nog niet erkend is in de slateelt.
Trianum is een biologische plantversterker met sporen van de schimmel Trichoderma. Deze wordt meestal door de plantenkweker aangewend maar kan ook tijdens de teelt gebruikt worden. Dit middel dient nog uitgebreid getest te worden naar de effectiviteit t.o.v. bodemschimmels in glassla.
Spuitpad of spuitboom
Om deze plantversterkende middelen te gebruiken, op regelmatige basis tot einde teelt, is een spuitpaadje of het gebruik van een spuitboom nodig. Een paadje kan tevens gebruikt worden voor controle van het gewas.
Na de oogst
Oogstresten
Verwijder steeds de oogstresten. Op termijn kunnen deze de bodem besmetten.
Rusttijd
Een korte rustperiode tussen twee teelten geeft een vlottere weggroei door o.a. een betere structuur en vochtdosering.
Bodem
Zorg dat na de teelt de tweede steek terug op vocht gebracht wordt. Dit is vooral belangrijk in het voorjaar, de zomermaanden en voor zandgronden.
Onkruid
Hou het onkruid onder controle, vooral bij een leegstand van de serre wordt dit nogal eens vergeten.
Het Rijk Zwaan assortiment voor de komende zaaiperiode:
Kropsla
- Gardia RZ (HR: Bl: 1-27)
- Hofnar RZ (HR: Bl: 1-23,25/Pb)
- Mariken RZ (HR: Bl: 1-25,27/Pb)
- Hertog RZ (HR: Bl: 1-17,21,23)
Rode Kropsla
- Teodore RZ (HR: Bl: 1-27)
Lollo Bionda
- Livorno RZ (HR: Bl: 1-17,21,23)
- Lemantino RZ (HR: Bl: 1-27)
- Lozano RZ (=86-65 RZ) (HR: Bl: 1-27/Nr:0)
Lollo Rossa
- Satine RZ (HR: Bl: 1-27/Nr:0)
Eikenblad groen
- Kitonia RZ (HR: Bl: 1-27/Nr:0/Pb)
- Krindor RZ (HR: Bl: 1-17,21,23)
Eikenblad rood
- Eventaï RZ (HR: Bl: 1-23,25/Pb)
Bindsla
- Claudius RZ (HR: Bl: 1-26//Pb IR: LMV)
- Quintus RZ (HR: Bl: 1-20,22-25/Nr:0)
Voor de exacte zaaidata verwijzen wij naar het nieuwe slaboekje “Assortiment sla- en andijvierassen onder glas” 2010-2011 of contacteer uw teeltadviseur.
