Slimme slaluis moet eindelijk pas op de plaats maken

Anneke Kroes - Fytopatholoog bij Rijk Zwaan
RZNL250721_012_Anneke Kroes

Hij heeft zich volledig aangepast aan sla, verstopt zich diep in de krop en vermeerdert zich razendsnel. We hebben het over Nasonovia ribisnigri, de slaluis die elke teler vreest. De nieuwe slarassen van Rijk Zwaan met de Nr:0,1-resistentie laat hij echter links liggen. Anneke Kroes, fytopatholoog bij Rijk Zwaan, vertelt hoe zij met haar onderzoek bijdroeg aan deze voor telers zo belangrijke innovatie.

“Voor mij is de bladluis interessant en uitdagend omdat hij zo’n lastige plaag is in de slateelt. Maar ook omdat deze belangrijk is voor Rijk Zwaan”, zo legt Anneke uit. “Het was in 1996 een van de eerste resistenties die ons bedrijf op de markt bracht. In 2007 is die helaas doorbroken, omdat de luis zich heeft aangepast. Daarom wilde ik graag een rol spelen in het vinden van een nieuwe resistentie.” 

In het teken van bladluis 

Anneke, die sinds drie jaar in dienst is, doet dat bij de afdeling fytopathologie van Rijk Zwaan, waar zo’n honderd medewerkers werken die zich richten op ziekten en plagen. Voor Anneke stond elke dag - tot haar grote genoegen - in het teken van de bladluis, die vooral voorkomt in gematigde klimaten over de hele wereld. Haar taak? Toetsen ontwikkelen om de resistentie tegen de slaluis te onderzoeken. 

Specialist in sla  

Om zo’n toets te kunnen ontwikkelen, moest ze Nasonovia ribisnigri volledig doorgronden. De bladluis kent ze inmiddels door en door. “Hoewel hij de naam ‘groene slaluis’ heeft, kan hij ook een gele of bruinrode tint hebben. Hij is verder herkenbaar aan de zwarte uiteinden van zijn poten. De luis voedt zich met het floëem van de plant – weefsel dat zorgt voor het transport van onder meer suikers en eiwitten. Met een stilet zuigt hij het sap op.”  

Een ander kenmerk van deze luis is dat hij alleen maar kan overleven op sla en andijvie. “Het is een echte specialist. Hij heeft zich helemaal aangepast aan sla en kan zich daardoor makkelijk ontwikkelen”, licht Anneke toe. 

Zwarte bes 

Het leven van zo’n slaluis begint wel ergens anders, namelijk bij de zwarte bes. “Daar komt de naam ribisnigri vandaan. De bladluis overwintert als eitje op de zwarte bes, waar in het voorjaar jonge bladluizen uitkomen. Die nimfen ontwikkelen zich in verschillende stadia tot volwassenen en migreren vervolgens naar de sla”, legt de fytopatholoog uit. 

Levendbarend 

Opmerkelijk is verder dat die volwassenen zich in sla aseksueel voortplanten én levendbarend zijn. “Dat laatste is deel van hun succes. Eitjes zijn namelijk kwetsbaar. Een nakomeling op de wereld zetten die zich direct kan voeden is veel gunstiger. Zo’n jonge luis kan na één week ook weer nakomelingen maken. Vermeerdering gaat daardoor in een hoog tempo.” 

Daar komt nog bij dat bij overbevolking van zo’n plant de volwassen luizen vleugels kunnen ontwikkelen om naar een andere plant te vliegen. Zo verspreidt de luis zich snel in een veld met sla.  

Moeilijk te detecteren en bestrijden 

Naast zijn snelle vermeerdering en verspreiding heeft de luis nóg meer manieren gevonden om te overleven. Hij verstopt zich diep in de sla. Een slimme strategie, vanuit de luis bezien. Anneke: “Het is voor telers lastig om ze te detecteren. De luizen koloniseren vooral de binnenkant van de krop, waardoor ze moeilijk te bestrijden zijn met chemische contactmiddelen of biologische bestrijders. De slaluis kan daardoor de sla onverkoopbaar maken.” 

Wilde slaplanten 

Kortom, het vinden van resistentie tegen deze extreem lastige plaag is van wezenlijk belang voor slatelers. Hoe het team van Rijk Zwaan-specialisten dat precies aanpakte - een proces van vele jaren - vertelt Anneke in een notendop.   

“Dat begint met op grote schaal testen opzetten, waarbij ons team de luis introduceerde op wilde sla, zogenaamde accessies. Planten die in het wild voorkomen hebben natuurlijk ook last van luizen, dus er is een kans dat ze de resistentie hebben ontwikkeld waarin wij interesse hebben. Een nieuwe bron, dus”, aldus de fytopatholoog. 

Eureka-moment 

 “Als je als team een sla ziet die zich tussen aangetaste planten heel goed staande houdt tegen de luis, dan heb je met z’n allen een eureka-moment: dat is ‘m”, zo beschrijft Anneke het gevoel bij het vinden van zo’n nieuwe bron. 

Met een accessie die sterk is tegen luis maakte het team keer op keer kruisingen met gewone slarassen, zoals wij die kennen. Met als doel om in de nakomelingen de resistentie te behouden.  

Merkers 

Daarbij hielpen andere Rijk Zwaan-collega’s, die de resistentie op moleculair niveau onderzochten. Met die kennis maakten zij een merker, zodat veredelaars de gunstige eigenschap in het genetisch materiaal via dit ‘label’ gericht kunnen volgen in kruisingen. En zo weer sneller goede nakomelingen kunnen selecteren met de gunstige eigenschap.  

Onder de microscoop 

Ondertussen gebruikte Anneke haar kennis over het leven van de luis om te onderzoeken hoe het resistentie-mechanisme exact werkt. En waarom de luis de sla precies links laat liggen. “De luis prikt gewoonlijk eerst in de plant en maakt speeksel aan tijdens het voeden. Dat speeksel bevat effector-eiwitten die helpen om de aanwezige resistentie in het floëem te onderdrukken. Bij een nieuwe bron lukt dit niet: de effector-eiwitten zijn niet effectief tegen de afweer in de plant, wat een nadelige invloed heeft op de groei en overleving van de luis op de sla.”  

Meer inzicht in de resistentie 

Ze toetste verder óf en zo ja, hoelang de luis nog op de resistente slaplant overleeft en of hij eventueel nakomelingen maakt. Anneke: “Elk onderzoek geeft ons meer inzicht hoe de resistentie precies in elkaar zit. Zo ontdekten we dat deze ook een werking heeft tegen de aardappeltopluis Macrosiphum euphorbiae. We onderzoeken nog hoe effectief die is.”  

Veel voldoening 

Dat Rijk Zwaan nu slarassen met deze resistentie kan introduceren, geeft haar veel voldoening. “Dat is ontzettend mooi. Ik ben er erg blij mee. Zeker omdat er zoveel mensen vanuit verschillende afdelingen er hard aan hebben gewerkt. Het is een heel mooie stap.”  

Het werk van Anneke blijft - ook na de introductie - in het teken van Nasonovia ribisnigri staan. “We zoeken voortdurend naar nieuwe resistente bronnen, ook voor de toekomst. Deze en andere luizen zijn nog zeker niet van mij af. Mijn uitdaging is om voor telers resistenties tegen álle luizen te vinden.”

Voor meer informatie, neem contact op met:
Contact afbeelding Johan Vis
Voor meer informatie, neem contact op met:
Johan Vis
Marketing Specialist Tomaat & Sla